vrijdag 15 februari 2013

Rookverbod leidt tot minder prematuurtjes




 
06:15 WETENSCHAP De invoering van het rookverbod heeft geleid tot een daling van het risico op vroeggeboorte. Dat blijkt uit een onderzoek geleid door Tim Nawrot, milieu-epidemioloog aan de Universiteit Hasselt.
De professor spreekt van 360 vroeggeboortes minder per jaar in Vlaanderen. De resultaten werden gepubliceerd in de prestigieuze British Medical Journal.

Rookverbod
In de jaren voor 2006 was het risico op vroeggeboorte - bevalling voor het einde van de 37ste week van de zwangerschap - vrij constant, vertelt Nawrot. Maar na de invoering van het rookverbod in restaurants, in 2007, daalde het risico op vroeggeboortes met 3,13 procent.

Met het rookverbod in eetcafés in 2010 nam dat risico met nog eens 2,65 procent af. In totaal daalde het risico op vroeggeboorte dus met zowat 6 procent, wat overeenkomt met 360 vroeggeboortes minder per jaar.

"Een baby die op 36 weken geboren wordt, heeft dubbel zoveel kans op een handicap of een blijvende ziekte", zegt gynaecoloog Wilfried Gyselaers. "Op 30 weken is dat al 20 keer meer kans. Meest voorkomend zijn harten vaaktziektes." In een Zweedse studie is er zelfs sprake van zo'n 31 procent meer risico op overlijden als volwassene.

Eén op tien vrouwen rookt nog tijdens zwangerschap
Het rookverbod heeft overigens wel gezorgd voor een algemene daling van het aantal rokende vrouwen. In 1997, 2001 en 2004 rookten in Vlaanderen nog 22 procent van de vrouwen, in 2010 was dat 17,9 procent. Zo’n 12,3 procent bleef weliswaar roken tijdens de zwangerschap.

Lees vandaag meer in HBVL.

CV/Belga
hbvl.be/nieuws/wetenschap

dinsdag 12 februari 2013

Publieksraadpleging: aanvraag voor een veldproef met genetisch gewijzigde populieren


Hieronder delen we de link naar de publieksraadpleging van de overheid voor toelating van een veldproef met Genetisch gemanipuleerde planten, we nodigen je graag uit hier even tijd voor te maken om de overheid uw mening hierover duidelijk te maken...

Directe link naar volksraadpleging


Publieksraadpleging: aanvraag voor een veldproef met genetisch gewijzigde populieren

populieren
08/02/2013
De Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu informeert u over een aanvraag voor een veldproef met genetisch gewijzigde populieren, bedoeld om hun eventuele gebruik als grondstof voor hernieuwbare biogebaseerde producten en bio-energie te evalueren. De publieke raadpleging over deze proef loopt van 5 februari tot en met 7 maart 2013.
De genetisch gewijzigde populierenlijnen hebben een licht gewijzigde houtsamenstelling. Met name de samenstelling van de lignine is gewijzigd door het inbrengen van een gen dat de aanmaak van het enzym Cinnamyl Alcohol Dehygrogenase (CAD) beïnvloedt. Dit enzym is van nature al aanwezig en speelt een rol in de aanmaak van lignine.
In tegenstelling tot de gelijkaardige, lopende veldproef (B/BE/07/V2), hebben deze populieren geen verlaagd ligninegehalte maar is hun lignine anders samengesteld.
De veldproef zal het mogelijk maken te evalueren of de genetisch gewijzigde populierenlijnen ook in open veld, onder natuurlijke omstandigheden, een biomassa produceren die op een veel efficiëntere manier naar suikers kan worden omgezet. Deze suikers kunnen vervolgens omgezet worden in allerlei producten zoals bioplastics en biobrandstof.
Als burger kunt u zich over deze veldproefaanvraag uitspreken. Bij elke aanvraag voor het gebruik van een genetisch gewijzigd organisme organiseert de overheid gedurende 30 dagen een publieksraadpleging (zoals vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 21 februari 2005 tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten).
U krijgt hiervoor toegang tot diverse gegevens uit het aanvraagdossier B/BE/13/V1 (.HTML) en tot een online-formulier om commentaar te geven of vragen te stellen over het dossier.
De raadpleging over deze veldproef loopt tot en met 7 maart 2013.

maandag 28 januari 2013

Wat is Steenkoolgas?



Momenteel heeft LRM samen met Dart Energy een nieuw bedrijf opgericht Limburg Gas om steenkoolgas te winnen in Limburg in het Kempisch steenkoolbekken:. Hieronder  delen we een artikel van de organisatie 'Friends of the Earth' met wat meer uitleg over de risico's voor het milieu bij het ontginnen van steenkoolgas.
Graag nodigen we u uit de tijd te nemen dit te lezen en de petitie te tekenen.


Steenkoolgas is een nieuwe extreme vorm van gasontginning die heel schadelijk is voor mens en milieu.
In Limburg wil men deze heel gevaarlijke technologie gebruiken. Maar we kunnen het nu nog stoppen!


Om het gas te ontginnen maakt men diepe boringen, zowel verticaal als horizontaal. Er wordt dan een enorme hoeveelheid zwaar vervuild water opgepompt, wat de druk doet dalen en waardoor het gas vrijkomt. Indien dit niet lukt, kan er ook nog aan‘fracking’ gedaan worden waarbij explosies in de steenkoollagen ervoor zorgen dat het gas vrij komt.

Steenkoolgasontginning zorgt voorwater-, lucht- en bodemvervuiling,vrachtverkeer, lawaaihinder, landschapsverlies, methaan lekkages en ondergronds brandgevaar.

De industrie lobby wil ons laten geloven dat steenkoolgas een belangrijke rol kan spelen in een transitie naar een duurzame hernieuwbare energie toekomst, maar steenkoolgas is geen oplossing voor klimaatverandering. Integendeel, uit recent onderzoek blijkt dat de klimaateffecten van onconventioneel gas minstens even erg  zijn als steenkool.

Steenkoolgasontginning brengt winst voor de bedrijven maar veel nadelen voor de lokale gemeenschap: gezondheidsproblemen, negatieve impact op landbouw- en toerisme sector en weinig nieuwe jobs.
We hebben absoluut geen baat bij een nieuwe generatie van fossiele brandstoffen.  
We moeten kiezen voor echte oplossingen zoals energiebesparende maatregelen en hernieuwbare energiebronnen in handen van lokale gemeenschappen.
  
Help ons om Limburg gasvrij te houden:

zondag 13 januari 2013

De auto is een grondstoffenjager


In onderstaand artikel kijken we verder dan onze neus lang is, daarom delen we het graag met u. We zullen met zijn allen meer verantwoord moeten consumeren. We wensen jullie allemaal een gelukkig en zinvol 2013 met een nieuwe kijk op de wereld.

"Auto's bulken van koper. Er zit nu anderhalve kilometer koperdraad in een auto, dertig keer meer dan in een auto uit de jaren'40. En dan vergeet ik nog het koper in elektromotoren en dynamo's, en voor 'groene auto's in de batterijen." aldus Raf Custers

De auto is een grondstoffenjager
file

Over het autosalon en noord-zuidrelaties

Wie futuristische bestelwagens zoekt op het autosalon, moet een vergrootglas meenemen. Dit is zogenaamd het salon van de bedrijfsvoertuigen. Maar de personenauto's steken het meest de ogen uit, en bovendien bestaan er nog bijna geen 'groene' bestelwagens. Bestelwagens rijden op diesel. Afgaand op dit salon zal dat niet gauw verbeteren. De vriendelijkste primeur op het salon komt uit Merksem. Daar heeft de Kringwinkel een hybride eco-truck van Fuso (Mitsubishi) gekocht, de eerste van zijn soort in Vlaanderen. De Kringwinkel neemt hem in februari in bedrijf. Voor de rest geen nieuws van dit front. Ford heeft geen "groene" (elektrische of hybride) bestelwagens, de Berlingo van Citroën komt pas later dit jaar, de Kangoo van Renault is een gevestigde waarde maar die blijft zo duur dat je voor de prijs van één Kangoo (20.000 euro zonder btw voor de basisuitvoering) al een lichte vrachtwagen met dubbele cabine (op diesel) koopt. Daarmee ben ik voor de 'bedrijfsvoertuigen van de toekomst' al uitgepraat. 
Auto's bulken van koper. Er zit nu anderhalve kilometer koperdraad in een auto, dertig keer meer dan in een auto uit de jaren'40. En dan vergeet ik nog het koper in elektromotoren en dynamo's, en voor 'groene auto's in de batterijen.

Van A(luminium) tot Z(irconium)

De constructeurs blijven dus hoofdzakelijk personenauto's ontwikkelen. Of wat daarvoor moet doorgaan. De meest blitse conceptcar staat dit keer bij Citroën. Het is de Tubik, volgens de ontwerpers 'een cocon in loungestijl' met een halfronde flatscreen en 'high definition surround geluidsweergave'. Meer dure snufjes, dat blijft de manier om kopers warm te maken. Hier en daar duiken nieuwe materialen op, zoals het ultrastevige koolstof in de cabine van de iLifeDrive van BMW. Maar de hoofdtrend blijft : auto's slorpen steeds meer materialen op, zowel qua hoeveelheid als qua diversiteit. Hoeveel materialen ? De constructeurs houden dat voor zich. Zij zeggen nooit  compleet, van A (aluminium) tot Z (zirconium) waarvan hun auto's zijn gemaakt. Die informatie moet je via omwegen bij elkaar sprokkelen. Ik heb er voor mijn boek 'Grondstoffenjagers' een stevige kluif aan gehad. Een doorsnee auto bevat bijna een ton ijzer en staal en meer dan 100 kilogram aluminium. Voor koper is de trend het opvallendst. Auto's bulken van koper. Er zit nu anderhalve kilometer koperdraad in een auto, dertig keer meer dan in een auto uit de jaren'40. En dan vergeet ik nog het koper in elektromotoren en dynamo's, en voor 'groene auto's in de batterijen.
Koper komt onder meer uit Zambia en Congo. Onze dynamo's draaien met andere woorden op Congo. Daarmee is de kous niet af.  Er zit ruim een dozijn courante mineralen en metalen in een auto, maar als je de minder courante materialen meetelt, kom je gemakkelijk aan zestig materialen. Het zijn vooral niet-hernieuwbare grondstoffen van minerale oorsprong. De voorraden van deze grondstoffen in de aardkorst zijn eindig. Er moet dus uiterst zuinig mee worden omgesprongen. Deze grondstoffen komen niet uit onze Belgische bodem. In het beste geval komen ze voort uit de recyclage, onder meer van 'oud ijzer', maar meestal komen ze uit klassieke primaire mijnen. Die mijnen liggen niet meer bij ons, ze liggen in elk geval buiten België en voor de meeste delfstoffen ook buiten Europa. 

EU is agressief en kortzichtig

Met de aangekondigde sluiting van de Ford-fabriek in Genk weten we het weer : om een auto te fabriceren, zijn toeleveranciers nodig. Helemaal aan het begin van de keten liggen de ertsmijnen. Dat is een bijkomende complicatie. Ruim de helft van alle geproduceerde petroleum en andere mineralen worden opgeslorpt door de Westerse economieën en industrieën (gegroepeerd in de OESO). Het rijke Noorden verbruikt de meeste grondstoffen, maar die worden hoofdzakelijk in het Zuiden geproduceerd. Ginds gebeurt de uitbating hoofdzakelijk door Westerse ondernemingen. Voor hen is de business zeer lucratief (met een totale return op de investeringen van liefst 39 procent voor de Top-10 van de mijnbouwbedrijven over de afgelopen tien jaar). Het Zuiden krijgt bitter weinig terug. De Westerse ondernemingen doen ter plaatse namelijk niet aan ontwikkeling. Integendeel, om hun belangen en die van hun eigenaars en aandeelhouders veilig te stellen, staan ze ontwikkeling in de weg.
Steeds meer landen in Afrika of elders in het Zuiden claimen hun deel van de opbrengsten. Zij krijgen het verwijt dat ze aan 'grondstoffennationalisme' doen. Maar zij zouden egoïstisch zijn, investeerders wegjagen en zich buitensluiten uit de mondiale economie. In principe moeten die landen zelf over hun natuurlijke rijkdommen kunnen beschikken. In de praktijk wordt dat recht voor en door Westerse belangen ingeperkt. De zogenaamde egoïsten zijn bedreigd door bedrijven en banken zoals Barclays, BlackRock en De Beers, toch niet van de minste. Het Internationaal Muntfonds stelt de kwijtschelding van schulden uit voor landen die niet in de pas lopen. De voorbeelden zijn legio van de lobby's die tegen zelfbeschikking ageren, bij de ondernemingen, de internationale geldschieters en de zogenaamde handelspartners. Dat zet ons voor een dilemma. Bij ons hebben de fabrieken grondstoffen nodig, maar de landen waar die grondstoffen vandaan komen, willen ze inzetten voor hun ontwikkeling. Dat is hun volste recht. Afrika heeft uitgemaakt dat zijn grondstoffen de kern van zijn verdere ontwikkeling zijn. Die visie is sinds 2009 op papier gezet en dringt er bij alle regeringen door, al is dat bij ons nauwelijks bekend. Maar de Europese Commissie stelt zich agressief op. Ze eist dat Europa altijd en overal de vrije toegang moet hebben tot de grondstoffen, ongeacht de gevolgen voor de landen in het Zuiden. Die machtspolitiek is kortzichtig en onhoudbaar. Er is een switch naar een rechtvaardige gronstoffenpolitiek nodig. De industrielanden van de EU moeten dat met het Zuiden bespreken. Anders riskeren ze op een dag zonder grondstoffen te vallen.
 
Deze opinie verscheen ook in De Morgen van 12 januari 2013
Raf Custers is journalist en onderzoeker bij Gresea.be. In februari verschijnt zijn boek 'Grondstoffenjagers' (EPO)

bron: www.dewereldmorgen.be

dinsdag 25 december 2012

'Gratis elektriciteit door zachte temperaturen'



dinsdag 25 december 2012 om 09u36
Gratis elektriciteit mag dan bizar lijken, zeker in de kerstperiode, op de factuur van een modale Belg zal het niet te merken zijn. © Belga
Door de zachte temperaturen is elektriciteit op de groothandelsmarkt momenteel zo goed als gratis. Dat is erg opmerkelijk in deze periode. Maar de consument zal dat niet merken op zijn factuur. Dat meldde netbeheerder Elia op Radio 1. 
"Op dit moment is er veel wind in Europa en daardoor is er een groot aanbod aan elektriciteit", zei Lise Mulpas van Elia in "De ochtend" op Radio 1. "Want windenergie heeft voorrang op de elektriciteitsproductie en wind volgt de vraag niet: er is elektriciteit als het waait."

Bovendien zijn de temperaturen volgens Elia uitzonderlijk zacht voor deze tijd van het jaar. "Een groot aanbod in combinatie met een lage vraag, betekent dat elektriciteit op de markt verhandeld wordt voor nul euro." Op sommige momenten is er vandaag zelfs sprake van negatieve prijzen. En dat terwijl er eerder dit jaar nog werd gewaarschuwd voor stroomtekorten.

Gratis elektriciteit mag dan bizar lijken, zeker in de kerstperiode, op de factuur van een modale Belg zal het niet te merken zijn.

"Consumenten sluiten een contract af en die prijs is een weergave van de pieken. De leverancier moet stroom garanderen, of die nu heel duur of heel goedkoop is op dat moment", besluit Mulplas. (Belga/INM)


bron: http://www.knack.be/

Een heel Gelukkig Kerstfeest voor jou, voor mij, voor allemaal! Joyeux Noël pour tous

Wij wensen jullie allemaal graag mooie eindejaarsfeesten en delen hieronder enkele liedjes en de kerstwenst in vele verschillende talen, laat ons wat moeite doen om elkaar te verstaan om samen te werken aan onze toekomst ;)

Kinderen voor kinderen, vrolijk kerstfeest

Noël des Enfants du Monde

John Lennon
Urbanus, bakske vol met stro
Kerstgroet in vele talen. 
Afrikaans - Geseënde Kersfees en 'n gelukkige nuwe jaar  Argentine - Felices Pasquas Y felices ano Nuevo  Bohemian - Vesele Vanoce  Brazilian - Boas Festas e Feliz Ano Novo  Bulgarian - Vesela Koleda i chestita nova godina!  Catalan - Bon Nadal i un Bon Any Nou!  Chinese - Sing Dan Fae Lok. Gung Hai Fat Choi (Cantonese)  Chinese - Shen Dan Kuai Le Xin Nian Yu Kuai (Mandarin)  Chinese - Shen tan jie kuai le. Hsin Nien Kuaile  Croatian - Sretan Bozic  Czech - Stastne a vesele vanoce a stastny novy rok!  Danish - Glaedelig Jul og glaedelig nytar  Dutch - Vrolijk Kerstfeest en een Gelukkig Nieuw Jaar  Dutch - Prettige kerstdagen en een gelukkig nieuw jaar  English - Merry Christmas and a Happy New Year  Eskimo - (inupik) Jutdlime pivdluarit ukiortame pivdluaritlo!  Esperanto - Felican Kristnaskon kaj Bonan Novjaron!  Estonian - Haeid joulupuehi ja head uut aastat!  Faeroese - Gledhilig jol og eydnurikt nyggjar!  Filipinos - Maligayang Pasko  Finnish - Hauskaa Joulua ja onnellista uutta vuotta!  Flemish - Zalig Kerstfeest en Gelukkig nieuw jaar  French - Joyeux Noel et Bonne Année!  Gaelic - Nollaig chridheil agus Bliadhna mhath ùr!  Galician - Bo Nadal  German - Frohe Weihnachten und ein glückliches Neues Jahr!  Greek - Hronia polla kai eytyhismenos o kainourios hronos  Greek - Hronia polla ke eftihismenos o kenourios hronos  Hausa - Barka da Kirsimatikuma Barka da Sabuwar Shekara!  Hawaian - Mele Kalikimaka ame Hauoli Makahiki Hou!  Hungarian - Kellemes karacsonyi uennepeket es boldog ujevet!  Icelandic - Gledhileg jól og farsælt komandi ar!  Indonesian - Selamat Hari Natal dan Selamat Tahun Baru!  Iraqi - Idah Saidan Wa Sanah Jadidah  Irish - Nollaig Shona duit  Irish - Nollig Shona  Irish - Nollaig faoi shean agus faoi shonas duit agus bliain nua faoi mhaise dhuit!  Italian - Buon Natale e Felice Anno Nuovo!  Japanese - Meri Kurisumasu soshite Akemashite Omedeto!  Latin - Natale hilare et Annum Faustum!  Latvian - Priecigus Ziemsvetkus un Laimigu Jaungadu!  Lithuanian - Linksmu Kaledu  Maltese - Nixtieklek Milied tajjeb u is-sena t-tabja!  Modern Greek - Kala Christougenna kai evtichismenos o kainourios chronos!  Norwegian - God Jul Og Godt Nytt Aar  Polish - Vesowe Boze Narodzenie  Polish - Wesolych Swia,t i Szcze,sliwego Nowego Roku!  Portuguese - Boas Festas  Portuguese - Feliz Natal e um Prospero Ano Novo  Romanian - Craciun fericit si un an nou fericit  Russian - S nastupaiushchim Novym godom i s Rozhdestvom Khristovym!  Romanche - (sursilvan dialect): Legreivlas fiastas da Nadal e bien niev onn!  Serbian - Hristos se rodi  Slovakian - Sretan Bozic or Vesele vianoce  Slovak - Vesele Vianoce i na zdravie v novom roku!  Spanish - Feliz Navidad y Prospero ano nuevo!  Swedish - God Jul Och Ett Gott Nytt Ar  Trukeese - (Micronesian) Neekiriisimas annim oo iyer seefe feyiyeech!  Turkish - Noeliniz kutlu olsun ve yeni yilinis kutlu olsun!  Turkish - Noeliniz Ve Yeni Yiliniz Kutlu Olsun  Ukrainian - Srozhdestvom Kristovym  Ukrainan - Z novym rokom i s rizdvom Hrystovym!  Vietnamese - Chuc mung nam moi va Giang Sing vui ve  Welsh - Nadolig Llawen a Blwyddyn Newydd Da!  Bron: www.kerst.net andere talen:www.marypages.com

vrijdag 21 december 2012

Alcohol heeft bizar effect op geneesmiddelen

Hieronder delen we een artikel uit de Knack. Met de feestdagen in het verschiet rond de eettafel met kerstmis en met nieuwjaar zullen meer mensen alcohol drinken dan gewoonlijk.

Toch is dit niet zonder gevaar, we willen jullie dan ook aanraden hier eens over na te denken. Het zou jammer zijn als voor de gezelligheid je onnodige risico's neemt, dan denken we vooral aan mensen die bloedverdunners of pijnstillers nemen. Denk dus aan je ouders en grootouders en vraag eens aan je arts of ze mogelijk beter enkele dagen stoppen met de medicijnen of de alcohol niet op tafel zetten...


Alcohol heeft bizar effect op geneesmiddelen

donderdag 20 december 2012 om 19u42
Alcohol en geneesmiddelen: ze hebben een vreemd effect op elkaar. © Thinkstock
De eindejaarsfeesten staan voor de deur. Een glaasje bubbels voor, een wijntje tijdens en een pousse-café nà zorgen voor de gepaste sfeer. Voor wie ook geneesmiddelen neemt, kan dit eindejaarsbacchanaal echter kwalijke gevolgen hebben. Want alcohol en geneesmiddelen samen vormen soms een heel onvoorspelbaar duo.

Alcohol en geneesmiddelen: ze hebben een vreemd effect op elkaar. De meeste mensen die geneesmiddelen nemen, houden er geen rekening mee. Tenzij hun arts het hen expliciet heeft gezegd. Maar de meeste geneesmiddelen ondervinden in hun werking wel degelijk een effect als er ook alcohol bij komt. En dat gebeurt niet alleen als een geneesmiddel sàmen met alcohol wordt ingenomen, maar het kan net zo goed wanneer een geneesmiddel ’s morgens wordt ingenomen en het drankgelag pas ’s avonds plaatsvindt.

Voor de zuinige types onder ons: jawel, sommige geneesmiddelen versterken het effect van alcohol. Het lichaam breekt de alcohol veel minder goed af waardoor het effect ervan sterker wordt. Alle signalen van overdreven alcoholgebruik duiken dus zeer snel op: verminderde coördinatie, een lagere reactiesnelheid, minder concentratie en slaperigheid. Wie daar anders na een glas of vijf last van heeft, ziet die effecten nu na het tweede glaasje al opduiken. Vooral patiënten die bepaalde geneesmiddelen tegen hartaandoeningen en hoge bloeddruk nemen (zoals verapamil) lopen hier een risico.

Maar alcohol heeft ook een effect op de werking van medicatie. Zo werken sommige geneesmiddelen minder als ze in alcohol worden gelardeerd. Het lichaam neemt ze, onder invloed van de alcohol, minder snel op of breekt ze veel sneller af. Ook het omgekeerde is mogelijk: de alcohol kan ook de werking van sommige geneesmiddelen versterken omdat het lichaam ze minder snel afbreekt. Een mooi voorbeeld daarvan is een gecombineerde pijnstiller met paracetamol en codeïne. De alcohol versterkt de slaperigheid die door codeïne wordt veroorzaakt. Maar ook alle vitamine-K-antagonisten (zoals acenocoumarol en fenprocoumon of warfarine) zijn gevaarlijk als ze samen met alcohol worden ingenomen. Alcohol versterkt het antistollingseffect waardoor de patiënt een verhoogd risico op bloedingen loopt.
Désirée De Poot 
bron: www.knack.be

woensdag 12 december 2012

Waarom miljonairstaks kern van de democratie is


Hieronder delen we een artikel uit de wereld morgen, over politiek, democratie en bezit.

Het is een interessant artikel over de evolutie van stemrecht en (her)verdeling van macht.
Momenteel bij deze periode van crisis die toch reeds van 2008 ons leven beïnvloed is het tijd om na te denken over oplossingen om tot een eerlijke balans te komen.
Wat volgens mij centraal staat is het zelfbeschikkingsrecht over het gebruik van onze eigen tijd.
Graag deel ik deze tekst met u, indien u suggesties of opmerkingen heeft kan u  hier mailen.


Waarom miljonairstaks kern van de democratie is

Een grote meerderheid van de bevolking is voorstander van een vermogensbelasting. Bij de politici ligt dat anders en dat is geen toeval. Marc Vandepitte legt uit waarom de miljonairstaks een van de beste bewaakte taboes is van ons politiek systeem.
Waarom miljonairstaks kern van de democratie is
plutocratie
Ons politiek bestel zoals we dat vandaag kennen, is het resultaat van een lange wordingsgeschiedenis, met daarin een aantal scharniermomenten. In wat volgt staan we stil bij drie zo’n belangrijke momenten en zoomen we in op de fundamentele kwestie van de verdeling van de rijkdom.

Griekenland: de wieg van de Westerse democratie

De grondleggers van het politiek denken in het Westen werden al geconfronteerd met een fundamenteel dilemma. Democratie betekent letterlijk dat de macht bij het volk ligt en dus bij de arme(re) meerderheid. Maar, als die armen hun numeriek overwicht daadwerkelijk inzetten om hun (economische) belangen te doen gelden, dan is het snel afgelopen met de rijkdom en privileges van de elite en dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Plato (427-347 v.Chr.) wond er geen doekjes om, hij verzette zich krachtig tegen een democratische staatsvorm. Een democratie dwingt namelijk de politici om de bevolking alles te geven waar ze om vraagt. Het gaat daarbij volgens de wijsgeer meestal om grillen, omdat de gewone mensen niet ontwikkeld zijn en dus vooral hun pleziertjes en lagere verlangens nastreven. Zoiets leidt uiteraard niet tot een goed functionerend bestel. Een goedwerkende staatsvorm veronderstelt daarentegen controle op de burgers, want teveel vrijheid leidt tot tirannie. 
Die controle betreft volgens Plato ook het bewustzijn. De regering moet toezicht houden op culturele aangelegenheden opdat het denken van de burgers op een juiste manier gevormd zou worden. Enkel de juiste ideeën worden toegelaten, verkeerde ideeën zijn verboden. Kunstenaars en ambachtslieden zijn verplicht om de juiste strekking te volgen. Het regeren zelf komt toe aan de filosofen want zij beschikken over de wijsheid die daarvoor nodig is.
Zijn leerling Aristoteles (384-322 v.Chr.) laat wat meer opening en vrijheid toe, maar ook hij is gekant tegen een democratische staatsvorm. Een democratie is in zijn ogen een ontaarding van de ideale ‘burgergemeenschap’, omdat ze in het voordeel is van de armen en zich niet richt op de volledige gemeenschap. “In de democratie zijn de armen koning omdat ze met meer zijn en omdat de wil van het grote aantal de kracht van wet heeft.” En dat is geen goede zaak.

Democratie is volgens Aristoteles een ontaarding van de ideale ‘burgergemeenschap’, omdat ze in het voordeel is van de armen en zich niet richt op de volledige gemeenschap.

Voor Aristoteles is alleenheerschappij uit den boze en is politieke discussie belangrijk. Tirannie en oligarchie (rijken die de macht exclusief uitoefenen), zijn net zoals democratie ontaarde staatsvormen. In zijn zienswijze is het politieke debat echter beperkt tot een kleine elite, van ongeveer tien procent van de Griekse polis. [Raimundo, 17; Novack 28-31] Het gaat om de ‘vrije’ mannen, d.w.z. mannen die hun kost niet moeten verdienen. Slaven, vrijgelatenen, vreemdelingen, vrouwen, maar ook kleine boeren, handwerkers, ambachtslui, winkeliers en handelaars worden uitgesloten van het politieke leven.
Wat onthouden we van deze twee grondleggers van de Westerse democratie?
  1. Er is een kleine elite die het voor het zeggen heeft. De onderklassen (de meerderheid) worden onder de knoet gehouden. Zij krijgen geen stem in de besluitvorming en bewustzijnscontrole van die groep is belangrijk.
  2. Binnen de kleine elite is tegensprekelijk debat nodig. Tirannen of dictators worden geweerd.
  3. Het zijn niet de rijken die de macht (rechtstreeks) uitoefenen, dat gebeurt door een ‘politieke’ klasse of door een beperkte minderheid.

De burgerlijke revoluties

Een tweede scharniermoment in de wording van het westers politiek stelsel is de Franse Revolutie. Op 14 juli 1789 bestormt een grote menigte de Bastille en maakt een eind aan het feodaal regime in Frankrijk. Er wordt een nieuwe Assemblée (parlement) ingesteld. Maar de meningen zijn sterk verdeeld, letterlijk tussen links (jacobijnen en de meer gematigde girondijnen) en rechts (de aristocraten).
De jacobijnen, onder leiding van Robespierre, sturen aan op algemeen stemrecht (voor mannen), een progressief belastingsstelsel, gratis onderwijs, afschaffing van de slavernij in de kolonies, … De rechtervleugel ziet dat allemaal niet zitten en slaagt er daarentegen in om de wet Le Chapelier in 1791 te laten stemmen, waardoor vakbonden en stakingen verboden worden.  
De situatie polariseert snel. In 1792 zet zich een radicalisering door onder impuls van de jacobijnen. Er komt algemeen stemrecht, een maximumprijs op levensmiddelen en er volgen heel wat andere sociale en antiklerikale maatregelen. Dat gebeurt echter in een sfeer van escalerend geweld, de zogenaamde Terreur.
Rechts vreest dat de privilegies (rijkdom) van de opkomende burgerij en de bezittende klasse zullen sneuvelen. Boissy d'Anglas, lid van de rechtervleugel van de Assemblée, drukt het zo uit: “Je moet in ieder geval het bezit van de rijken beschermen. … We moeten geregeerd worden door de besten; de besten zijn diegene die het best opgeleid zijn en het meest geïnteresseerd zijn om wet te handhaven. … Een land dat bestuurd wordt door de eigenaren is een sociale orde, het land waar niet-eigenaars besturen is een natuurlijke orde.”

“Je moet in ieder geval het bezit van de rijken beschermen. Een land dat bestuurd wordt door de eigenaren is een sociale orde, het land waar niet-eigenaars besturen is een natuurlijke orde.” Boissy d'Anglas

In juli 1794 slaat rechts keihard terug en schakelt de linkervleugel uit. De gegoede burgerij neemt opnieuw het voortouw. De maximumprijs op levensmiddelen wordt afgeschaft en er wordt een tweekamerstelselingevoerd. De Senaat, die uit de adel en rijke burgerij bestaat, dient als buffer tegen de Kamer, waar de lagere klassen vertegenwoordigd (kunnen) zijn. Radicale maatregelen kunnen in de Kamer wel goedgekeurd worden, maar ze moeten ook nog bekrachtigd worden in de Senaat.
Voor Montesquieu, de theoreticus van de scheiding der machten, was zo’n tweekamerstelsel precies een voorwaarde voor die scheiding der machten: “De mensen zijn niet in staat om zelfstandig te regeren, daarom zijn we aangewezen op professionals van de macht” (professionnels du pouvoir). De rijken met andere woorden, of minstens hun vertegenwoordigers.
Te radicale ideeën worden de pas afgesneden. De journalist Babeuf pleit voor een grote herverdeling van de rijkdom, een pensioenleeftijd op zestig jaar, gratis voedselbedeling voor de hongerlijdende bevolking, nationalisering van de buitenlandse handel, … In 1796 wordt hij opgepakt en ter dood veroordeeld.
In 1799 is de situatie in Frankrijk bijzonder onrustig. Om te verhinderen dat de radicale jacobijnen de macht weer zouden grijpen komt er eenstaatsgreep onder leiding van Napoleon. Hij trekt alle macht naar zich toe, ontbindt de Kamer en laat enkel nog de Senaat werken. Er komt ook eencijnskiesstelsel.
Enkel de begoede burgers krijgen nog stemrecht en kunnen zich laten vertegenwoordigen in het parlement. In de liberale traditie staat het principe ‘No taxation without representation’ (geen belasting zonder vertegenwoordiging) centraal. Maar eigenlijk is het hier vooral het spiegelbeeld ervan dat telt: ‘No representation without taxation’. [Soboul, 90-103; Losurdo, 20]
Met Napoleon krijgt de nieuwe republiek definitief vorm. De aristocratie is verslagen, het plebs is onder de knoet gehouden en radicale ideeën werden uitgeschakeld. Het tijdperk van de burgerij en het liberaal gedachtegoed breekt aan. Dat gedachtegoed staat wel voor een fundamenteel dilemma. Omdat het gekant is tegen de feodaliteit en de absolute macht van de koning is de liberale traditie voorstander van een representatief systeem.
Maar zo een representatief systeem houdt het gevaar in dat de onderste klassen omwille van hun getal hun wil zullen opdringen, en meer bepaald een herverdeling van de rijkdom zullen proberen afdwingen. Daarom moet er een politiek systeem komen dat de schijn geeft van representativiteit maar dat gelijktijdig de meerderheid politiek neutraliseert. [Losurdo, 8] Dat gebeurt op dat moment door de invoering van de twee kamers en door een cijnskiesstelsel. (Het meervoudig stemrecht in België is een variant van dat laatste.)
In Engeland zijn er vergelijkbare evoluties. John Locke, de Engelse theoreticus van de Westerse democratie, waarschuwde al in de zeventiende eeuw voor het gevaar dat een politieke democratisering met zich kon meebrengen voor de bezittende klasse. Voor deze filosoof is het privébezit absoluut en onaantastbaar, zelfs ten aanzien van een verkozen regering: “de opperste macht kan van niemand een deel van zijn eigendom afnemen zonder diens toestemming”.
Volgens Locke heeft “de overheid geen ander doel, dan het behoud van bezit”. Het tweekamerstelsel en het cijnskiesrecht zorgt ervoor dat de vrees van Locke geen realiteit kan worden. Het cijnskiesstelsel wordt pas in 1867 afgeschaft. In België duurt dat zelfs tot 1918.

“De overheid heeft geen ander doel, dan het behoud van bezit.” John Locke

In de VS wordt de grondwet in 1787 opgesteld in functie van de rijke bovenlaag. De visie van Alexander Hamilton, de eerste minister van financiën, spreekt boekdelen: “Alle gemeenschappen verdelen zich in de weinigen en de velen. De eerste groep wordt gevormd door de rijken en de tweede groep is de massa van het volk. … De massa’s zijn turbulent en wisselvallig, ze beoordelen of beslissen zelden juist. Geef daarom aan de eerste klasse een duidelijke, permanent aandeel in de regering. Zij controleert de onstandvastigheid van de tweede klasse. … Kan een democratische vergadering, die jaarlijks mee wisselt met de massa van het volk, verondersteld worden om het algemeen belang na te streven?”
In de VS hoeft de burgerij niet af te rekenen met de feodale adel. Daar worden vooral beperkingen opgelegd aan de onderste lagen van de bevolking. Indianen, zwarten, de nieuwe immigranten en analfabeten worden gewoon uitgesloten. Armere bevolkingsdelen worden ontmoedigd door een verkiezingstaks en door de vereiste om zich te laten registreren. Het duurt tot een flink eind in de twintigste eeuw vooraleer alle VS-burgers stemrecht krijgen.
Tot op heden is de registratieplicht van kracht in de VS en dat is blijkbaar nog steeds een hoge drempel voor heel wat mensen. Zo’n dertig procentvan de kiesgerechtigden is tot op vandaag niet ingeschreven. Het gaat voornamelijk over mensen uit de onderste bevolkingslagen.
Het tweekamerstelsel zorgt er ook voor dat de bezittende klasse zich weinig zorgen hoeft te maken over de democratische besluitvorming. Vandaag bestaat bijna de helft van het Congres (senaat) uit miljonairs. Hun mediaan inkomen is driemaal zo hoog als dat van collega’s uit het Huis van Afgevaardigden en vijfentwintig maal zo hoog als het mediaan gezinsinkomen. De machtige lobby’s zorgen er bovendien voor dat de parlementairen eventueel ‘verkeerde’ voorstellen snel weer opbergen.

Bijna de helft van het Congres in de VS bestaat uit miljonairs. Hun mediaan inkomen is driemaal zo hoog als dat van collega’s uit het Huis van Afgevaardigden en vijfentwintig maal zo hoog als het mediaan gezinsinkomen.

Wat onthouden we van deze periode?
  1. De politieke macht blijft bij een kleine elite. Dat is cruciaal om het bezit van de rijken veilig te stellen; daar draait het uiteindelijk allemaal om.
  2. Er wordt gekozen voor een representatief stelsel zodanig dat de verschillende fracties (van de burgerij) vertegenwoordigd zijn en de adel niet meer de plak kan zwaaien.
  3. De meerderheid van gewone burgers wordt geneutraliseerd door de vertegenwoordiging te beperken (cijnskiesstelsel, meervoudig stemrecht, verkiezingstaks) of door die vertegenwoordiging in te dammen (tweekamerstelsel).

De revoluties van 1848 en de opkomende arbeidersbeweging

1848 is een zeer woelig jaar. In verschillende Europese landen hangt een broeierige sfeer. De rebellie begint in Frankrijk. De werkende bevolking is er niet tevreden over de gang van zaken en eist o.a. algemeen stemrecht. De vonk slaat over naar andere landen van het continent. Je kunt het wat vergelijken met de Arabische lente van 2011. De vaak gewapende opstanden worden overal bloedig neergeslagen, maar de geest is uit de fles. Op termijn is het algemeen stemrecht niet meer tegen te houden.
Uit de nederlaag trekt de ontluikende arbeidersbeweging de les dat politieke organisatie zeer belangrijk is om in de toekomst overwinningen te kunnen boeken. Daarbij zijn drie zaken essentieel.
  1. Om een vuist te maken op de werkvloeren moeten de werkers zich organiseren in vakbonden.
  2. Om de politieke strijd aan te gaan tegen de goed georganiseerde burgerij is een sterke arbeiderspartij nodig. [Abendroth, hfst. 3] 
  3. ‘Eigen’ kranten en tijdschriften zijn nodig om de volgzame mentaliteitvan zich af te schudden en zich te wapenen tegen de bewustzijnsvergiftiging van kerk, onderwijs en pers. [Losurdo, 105-111]
De burgerij ziet de bui hangen en zal de opgang van de arbeidersbeweging op de drie fronten spijkerhard bekampen. De filosoof Nietzsche, die later een belangrijke inspiratiebron zal zijn voor het fascisme, drukt het als volgt uit: “Ik keer me af van het socialisme, ten eerste omdat het naïefweg droomt van het goede, het ware, het schone en van gelijke rechten, en ten tweede van het parlementarisme en de kranten, want dit zijn de middelen waarmee de kudde zichzelf tot heerser maakt.”

“Ik keer me af van het socialisme, ten eerste omdat het naïefweg droomt van het goede, het ware, het schone en van gelijke rechten, en ten tweede van het parlementarisme en de kranten, want dit zijn de middelen waarmee de kudde zichzelf tot heerser maakt.” Nietzsche

De arbeidersstrijd en de vakbonden zullen te maken krijgen met genadeloze repressie. Militante arbeiders riskeren broodroof en gevangenisstraffen, tot zelfs levenslang. Stakingen en betogingen worden uiteengesabeld of uiteengeschoten. In België bijvoorbeeld kost de grote staking van 1886 aan meer dan twintig arbeiders het leven en er vallen honderden gewonden. In andere landen gaat het er vaak nog harder aan toe.
In de pers is de opkomende arbeidersbeweging kop van jut. Het zal een hele tijd duren vooraleer de syndicale organisaties erkend worden. In Frankrijk worden de vakbonden pas erkend in 1844. In de VS worden in 1890 de vakbonden de facto illegaal verklaard door de Sherman Antitrust Act. In België zal het duren tot begin de twintigste eeuw vooraleer de eerste collectieve arbeidsovereenkomsten worden gesloten.
Naarmate de arbeidersbeweging zijn radicaliteit afzweert vallen er minder dodelijke slachtoffers. Die radicaliteit wordt ook afgezwakt door het toekennen van hogere lonen voor een toplaag van beter geschoolde arbeiders, de zogenaamde arbeidersaristocratie. Deze toplaag krijgt gaandeweg meer invloed in de leiding van de syndicale organisaties. [Brepoels, 34-67]
De burgerij probeert de opkomst van sterke arbeiderspartijen electoraal te neutraliseren door het algemeen stemrecht zolang mogelijk tegen te houden. In België zal de strijd voor het algemeen stemrecht (voor mannen) meer dan een kwarteeuw aanslepen (1889-1918) en minsten twintig dodelijke slachtoffers eisen.
De burgerij en de parlementairen doen er alles aan om te verhinderen dat de numerieke meerderheid van de werkende bevolking zich vertaalt in politiek overwicht. In 1895 wordt zelfs een gemeentelijke kieswet gestemd die als doel heeft de socialisten uit de gemeentehuizen te bannen.
In de periode 1850-1920 neemt de strijd om algemeen stemrecht een centrale plaats in, en dat lijkt op het eerste zich een gevecht om politieke rechten. Maar bij het estblishment ging het in essentie om het behoud van zijn privilegies en vooral rijkdommen. De herverdeling van de extreem ongelijk verdeelde rijkdom kon en kan enkel op basis van gunstige krachtsverhoudingen en die vertaalden zich in die fase van de geschiedenis o.a. in het behalen van algemeen stemrecht.
Het is daarom geen toeval dat de invoering van (progressieve) belastingen, en dus de herverdeling van de rijkdom, heel sterk gebonden is aan de invoering van het algemeen stemrecht. In België was de belasting als percentage van het bnp het laagst onder het meervoudig stemrecht.
Het progressief belastingssysteem wordt pas gestemd in 1919, het jaar van de invoering van het enkelvoudig stemrecht. In Groot-Brittanniëwaren de belastingen halverwege de negentiende eeuw goed voor slechts 8% van het bnp. Tegen 1928, het jaar waarin het algemeen stemrecht wordt ingevoerd, bedraagt dat bijna 20%. Een gelijkaardige evolutie is te zien in de VS. Daar wordt pas vanaf 1913 een belasting ingevoerd op het inkomen.
Een andere strategie om het gevaar van de (opkomende) arbeidersbeweging te neutraliseren bestaat erin de top van arbeiderspartijen te ‘integreren’ in het systeem, waardoor ze hun radicaliteit laten varen. Dat gebeurt o.a. door subsidies van mutualiteiten en andere dienstverleningen, het openstellen van (aantrekkelijke) jobs in het overheidsapparaat en kleine sociale toegevingen. [Lis, 182-197; Brepoels, 57]

Een andere strategie om het gevaar van de (opkomende) arbeidersbeweging te neutraliseren bestaat erin de top van arbeiderspartijen te ‘integreren’ in het systeem, waardoor ze hun radicaliteit laten varen.

Deze strategie verloopt in West-Europa vrij succesvol: de meeste arbeiderspartijen laten gaandeweg elke radicaliteit vallen, integreren zich volledig in het systeem en stappen zelfs in regeringen die een antisociale politiek gaan voeren. [Petras & Veltmeyer, 37-38; Bihr] Daardoor zien de overgebleven linkse elementen in die partijen de noodzaak om zich af te scheuren en communistische partijen op te richten.
In het interbellum zullen deze partijen het mikpunt worden van het fascisme en zo goed als geliquideerd worden. [Hobsbawm, 151-171] Na WOII zullen de communistische partijen - in het kader van de Koude Oorlog - permanent onder vuur liggen door de media en het politiek establishment. [Depraetere & Dierickx] Het doel daarvan is dubbel: voorkomen dat ze een belangrijke electorale basis krijgen en hopen dat ze zich op den duur eveneens zullen integreren in het systeem. Ook die strategie verloopt in de meeste Europese landen succesvol.
Een andere succesrijke strategie, vooral in tijden van crisis, bestaat in het afleiden van de aandacht. De sociaaleconomische tegenstellingen worden naar de achtergrond geduwd door te focussen op andere, gevoelige thema’s. [Frank & Fuentes, 156] Vanaf de jaren tachtig zullen vooral nationalistische en rechts-populistische partijen uit dit vaatje tappen.
De sterke mediatisering van de politiek en de versimpeling van het maatschappelijk debat spreiden het bedje voor deze partijen. [Blommaert e.a.; Raes, 30-1] Niet de economische wanverhoudingen zijn het probleem, maar wel de vreemdelingen, de moslims, de bewoners van armere regio’s (Walen in België, Zuiderlingen in Italië, Spanjaarden in Catalonië) enz. Omwille van hun electoraal succes nemen de meeste andere partijen grote delen van dat discours over. Zo verdwijnt de sleutelkwestie van de ongelijke verdeling van de rijkdom helemaal uit het beeld.
Gezien die evoluties is het electorale gevaar m.a.w. zo goed als bezworen. Een meerderheid in het parlement vormt geen bedreiging meer voor de economische privilegies van een kleine minderheid. Maar, op zich is dat geen waterdichte garantie. De belangrijkste sociaaleconomische verwezenlijkingen zoals betaald verlof, afschaffing van kinderarbeid, werkloosheidsuitkering en zelfs het algemeen stemrecht, werden buiten de parlementen afgedwongen. De parlementen in de diverse landen hebben die verwezenlijkingen zolang mogelijk tegengehouden. Enkel onder druk van de straat of de werkvloer hebben ze het nodig wettelijk kader ervoor geschapen.
Met volgzame, ‘geïntegreerde’ partijen alleen kom je er dus niet. Wil je vervelende straatacties en stakingen zoveel mogelijk vermijden, dan moet je ook het bewustzijn in het gareel houden. Daartoe is controle over de pers cruciaal. Tijdens de Franse Revolutie was er een ongekende boost aan revolutionaire pers. Tussen 1789 en 1800 werden meer dan 1350 kranten gepubliceerd en zij speelden een zeer belangrijke rol in de mobilisatie van de massa’s, dat was ook al het geval in het oproer van 1848. Dat is de elite niet ontgaan. Net zoals Plato, zal ze de strijd aangaan tegen ‘verkeerde’ ideeën.
“De ideeën van de heersende klasse zijn de heersende ideeën” en de burgerij wil dat zo houden. In de negentiende eeuw worden daarom heel wat publicaties verboden of financieel drooggelegd door zware boetes. InDuitsland bijvoorbeeld worden alle progressieve bladen in 1878 bij wet gewoon verboden. Heel wat progressieve bladen verdwijnen naderhand ook omdat ze niet kunnen concurreren tegen de burgerlijke pers, die over veel meer kapitaal beschikt.
Met de komst van radio en televisie wordt de impact van de media op de publieke opinie nog veel groter. Maar niet getreurd, tegen het eind van de twintigste eeuw zijn de massamedia praktisch volledig in handen van het grootkapitaal. Van die rijke eigenaars kan je moeilijk verwachten dat ze van het schandaal van de extreme ongelijke verdeling van de rijkdom een punt zullen maken in ‘hun’ media.
Het omgekeerde kan je wel verwachten, dat ze namelijk een batterij aan argumenten zullen afvuren om die situatie goed te praten en iedereen zullen afschieten – vakbonden op kop – die aan die situatie wil tornen. Met de controle over de massamedia zijn de heersende ideeën in elk geval meer dan ooit de ideeën van de heersende klasse.
Eén kleine, maar belangrijke nuance is hier op zijn plaats. Zoals de Arabische lente aangetoond heeft, biedt de opkomst van het internet en de sociale media belangrijke nieuwe mogelijkheden om het bewustzijnsmonopolie te doorbreken.

Tegen het eind van de twintigste eeuw zijn de massamedia praktisch volledig in handen van het grootkapitaal en zijn de heersende ideeën meer dan ooit de ideeën van de heersende klasse, zij het dat het internet en de sociale media belangrijke nieuwe mogelijkheden bieden.

Uit deze periode onthouden we het volgende:
  1. Politieke, sociale en economische vooruitgang is er enkel gekomen door strijd, vaak bikkelharde strijd. Vooruitgang kwam er niet dankzij, maar ondanks het parlement. Het was de krachtsverhouding op de werkvloer en op straat die beslissend was.
  2. Controle op de media is cruciaal om de massa’s in het gareel te doen lopen. Die mediacontrole gebeurt repressief (verbod, boetes) of via de marktwerking, waarin de elite een gigantisch voordeel heeft.
  3. De elite heeft alles gedaan om algemeen stemrecht (zo lang mogelijk) te vermijden en eens dat het er was heeft ze alles in het werk gesteld om een politieke meerderheid onschadelijk te maken.
  4. Het verweer van het establishment tegen de opkomende arbeidersbeweging ging niet zozeer om politieke privilegies. Het draait voornamelijk om een mogelijke (her)verdeling van de rijkdom en dus om fiscaliteit.

Miljonairstaks: de kern van de democratie

De liberale traditie doet ons graag geloven dat ons politiek stelsel spontaan is gegroeid. Ma  ar dat idee doorstaat de toets van de geschiedenis niet. Politieke emancipatie is afgedwongen door langdurige, keiharde strijd en met zeer veel tegenzin van de elites. Het establishment was en is vooral bevreesd dat die emancipatie de economische privilegies zal aantasten.
Zij heeft in de loop van de geschiedenis zolang en zoveel mogelijk stokken in de wielen gestoken en allerhande trucs en filters bedacht om ervoor te zorgen dat ze de macht feitelijk bleef controleren en dat het niet tot een al te grote herverdeling van de rijkdom kwam.
Ze is daar grotendeels in geslaagd. Het huidig politiek systeem was en is bijzonder functioneel om de zeer ongelijke verdeling van de rijkdom in stand te houden. Het geeft aan de gewone mensen de schijn van medezeggenschap terwijl het de fundamentele economische ongelijkheid intact laat.
Enkel bij zware economische crises bleek en blijkt het systeem niet in staat om de schijn hoog te houden. Op zo een moment aarzelt de elite niet om het democratisch gehalte uit te hollen (technische kabinetten, kaderwetten, volmachten, …) of zo nodig zelfs helemaal uit te schakelen (fascisme in het Noorden en militaire dictaturen in het Zuiden). Op die momenten zie je de ware aard van het systeem.
Dat dit politiek stelsel bijzonder doelmatig is voor het in stand houden van de zeer ongelijke verdeling blijkt uit cijfers die hier op deze site al eens werden gepresenteerd:
  • de 10% rijkste Belgen bezit 50% van het totale Belgische vermogen, de 40% armsten bezitten nog geen 10% van het totale vermogen.
  • het gemiddelde vermogen van de 1% rijkste Belgen bedraagt 7,5 miljoen euro, of 20 maal zoveel als het gemiddelde.
  • de tien rijkste Belgische families beschikken samen over een vermogen van 42 miljard euro, dat is ongeveer zoveel als de 2 miljoen armste Belgen.
  • de families De Spoelberch, De Mévius en Vandamme hebben een vermogen dat precies evenveel is als het totale budget van de ziekteverzekering in 2012.
Een minimale belasting op het fortuin van deze multimiljonairs zou de pijnlijke en asociale bezuinigingsrondes in een klap onnodig maken en heel wat ruimte vrijmaken voor sociale projecten en tewerkstelling. Met zo’n miljonairstaks zouden we ook allang niet meer spreken van de eurocrisis.
Met een redelijke verdeling van de rijkdom zou het ondenkbaar zijn dat in een zeer welvarend land als België 1 op 7 van de bevolking arm is en dat1 op de 5 gezinnen met een laag inkomen hun medische zorg om financiële redenen uitstellen. Het zou de economie ook een boost gevenomwille van een verlaagde belastingsdruk op de lagere inkomens, wat op zijn beurt gunstig is voor consumptie en investeringen. Voor topeconoom Jeffrey Sachs is een grondige herverdeling van de rijkdom, en dus een miljonairtaks, een kwestie van “beschaving”. [Sachs 231]
Een vermogensbelasting, rijkentaks, miljonairstaks, of hoe je het ook moge noemen, ligt eigenlijk voor het grijpen. Maar het komt er maar niet van omdat het wellicht het meest bewaakte taboe is van ons politiek bestel. De economische ongelijkheid behoort tot het DNA van ons politiek systeem. Doorheen de geschiedenis heeft dit systeem zich precies gevormd en ontwikkeld om die ongelijkheid zo goed mogelijk in stand te houden.

De economische ongelijkheid behoort tot het DNA van ons politiek systeem. Doorheen de geschiedenis heeft dit systeem zich precies gevormd en ontwikkeld om die ongelijkheid zo goed mogelijk in stand te houden.

De geschiedenis is echter geen fataliteit, ook dat toont 150 jaar sociale strijd. Ondanks de controle op de media en ondanks het hardnekkig koesteren van het herverdelingstaboe, sprak zich onlangs driekwart van de Belgische bevolking uit voor een vermogensbelasting. Heel terecht, een rijkentaks behoort tot de essentie van een goed werkende democratie. Het wordt hoog tijd dat we die taks opnieuw op de agenda plaatsen en … afdwingen. Doet u mee?

Papieren bronnen

Abendroth W., ‘Sozialgeschichte der europäischen Arbeiterbewegung’, Frankfurt 1965.
Bihr A., ‘Entre bourgeoisie et proletariat. L’encadrement capitaliste’, Parijs 1989.
Blommaert J., e.a., ‘Populisme’, Berchem 2004.
Brepoels J., ‘Wat zoudt gij zonder ’t werkvolk zijn?’ Anderhalve eeuw arbeidersstrijd in België. Deel 1: 1830-1966’, Leuven 1977.
Comninel G., ‘Rethinking the French Revolution’, Londen 1987.
Depraetere H. & Dierickx J., ‘De Koude Oorlog in België’, Berchem 1985.
Deruette S. & Merckx K., De socialistische partij. Geschiedenis, mythen en feiten’, Berchem 1999.
Frank G. & Fuentes M., ‘Civil Democracy’, in ‘Amin S., e.a., ‘Transforming the Revolution. Social Movements and the World-System’, New York 1990, 139-180.
Hobsbawm E., ‘Een eeuw van uitersten. De twintigste eeuw 1914-1991’, Utrecht 1995.
Lis C., Soly H. & Van Damme D., ‘Op vrije voeten? Sociale politiek in West-Europa (1450-1914)’, Leuven 1985.
Losurdo D., ‘Démocratie ou bonapartisme. Triomphe et décadence du suffrage universel’, Parijs 2003.
Novack G., ‘Democracy and Revolution’, New York 1971.
Parenti M., Hoe de rijken de wereld regeren, Berchem 2012.
Petras J. & Veltmeyer H., ‘Globalization Unmasked’, Londen 2001.
Raes K., ‘De democratie op zoek naar een basis’, in ‘Hubeau B. & Elst M. (ed.), ‘Democratie in ademnood’, Brugge 2002, 18-34.
Raimundo Torrado F., ‘La crisis de los sistemas electorales del mundo capitalista’, Havana 2009.
Sachs J., ‘The Price of Civilization. Reawakening American Virtue and Prosperity’, Random House, New York 2011.
Soboul A., ‘Korte geschiedenis van de Franse Revolutie’, Doetinchem1988.
Bron: dewereldmorgen.be