Posts tonen met het label eu. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eu. Alle posts tonen

donderdag 15 november 2012

Wat we (misschien) niet weten over ons dagelijks vlees...


Hoe komt het dat ons lapje vlees zo goedkoop is? En waarom halen wij zo’n belangrijk deel van ons veevoer, het eiwitrijke soja helemaal van de andere kant van de wereld?

In de Slag om Brussel stuiten Teun en Roland op een historische deal tussen Europa en de Verenigde Staten die aan de basis ligt van de megastallen in Nederland en de massale kap van oerwouden in Zuid- Amerika. In landen als Argentinië wordt massaal soja geplant om ons goedkoop vlees te verkopen. Een verhaal over duistere lobbypraktijken en een nuchtere boerin die proberen onze afhankelijkheid van buitenlandse soja te keren, door in Nederland een oude eiwitboon te herintroduceren om hun varkens mee te voeren: lupine.

Kijk eens naar deze reportage  http://programma.vpro.nl/slagomEU



Hieronder een korte video over de vlees industrie die ook duidelijk maakt wat voor een uitvoer er dan weer is van veeteelt uit Nederland naar andere europese landen, Zuid-Europa, naar Rusland... Ook de visvangst, de ontbossing in andere delen van de wereld... komt aan bod.

De eiwittransitie: eigen eiwitteelt in Europa

Europa is niet zelfvoorzienend!

Bij de totstandkoming van het Europees landbouwbeleid na W.O. II was zelfvoorziening een van de belangrijkste doelstellingen. Op dit moment is deze doelstelling zeer veraf: de Europese zelfvoorzieningsgraad voor veevoeder-eiwitten is bedroevend laag en schommelt rond 25 procent. Die worden op amper 3 procent van ons landbouwareaal verbouwd. Vanwaar komen de eiwitten dan die we niet zelf telen? Jaarlijks wordt ongeveer veertig miljoen ton soja ingevoerd uit landen als Brazilië en Argentinië, waar de lokale bevolking inclusief de hun omringende ecosystemen enorme schade van ondervinden. Zo komt de lokale voedselvoorziening in het gedrang, wordt de bevolking vergiftigd met agrochemicaliën, en gingen al gigantische oppervlaktes Amazonewoud tegen de vlakte. Recenter in deze soja-expansie verschuift de aandacht weg van het Amazonegebied en komt de vlakbij gelegen, biodiversiteitsrijke cerrado (savanne) in het vizier van de grootgrondbezitters en het handvol multinationals zoals Bunge, ADM en Cargill, die er grof geld aan verdienen.

Europese consument wordt bedrogen: EU is niet ggo-vrij

De soja-verslaving van de intensieve veehouderij in Europa heeft als bijkomend negatief effect dat het merendeel van het veevoeder dat in de EU wordt geïmporteerd, niet ggo-vrij is. De Europese consument wenst geen ggo's in de voeding en denkt ggo-vrij te eten, maar toch liggen ggo-gewassen aan de oorsprong van vrijwel alle vlees- en zuivelproducten die hij consumeert. Blijkbaar zijn ggo-vrije vlees- en zuivelproducten enkel nog weggelegd voor de consequente bioconsument. Een recent rapport GM Soy - Sustainable? Responsible? weerlegt duidelijk de claim dat ggo-sojateelt duurzaam is, alle greenwash van de veevoedersector ten spijt. De distributiesector zit hiermee verveeld en zwijgt dus maar zoveel mogelijk over ggo's, want de distributie 'wil verkopen waar de consument om vraagt', maar slaagt daar gewoon niet meer in.

Minder en beter

Eén belangrijke oplossing, die vaak over het hoofd gezien wordt, is een verandering van ons consumptiepatroon: een verschuiving van dierlijke naar plantaardige eiwitten. Deze transitie is al aan de gang, de vleesconsumptie daalt in de rijke landen, maar er is nog steeds sprake van overconsumptie. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat voor een goede gezondheid een persoon per dag 30 à 45 gram eiwitten nodig heeft. In de EU consumeren we er echter gemiddeld 100 gram van, waarvan 66 van dierlijke oorsprong. Let wel: voor die 66 gram dierlijk eiwit is bijna 200 gram vlees nodig. De vleesconsumptie kan dus met behoud (of zelfs verbetering) van de gezondheid gemiddeld met driekwart afnemen. Als we minder vlees consumeren, kan de kwaliteit, de smaak en de prijs van het vlees ook naar omhoog. Grondgebonden veehouderij krijgt dan veel meer kansen: veevoeders kunnen lokaal worden geproduceerd en kringlopen lokaal gesloten. Minder, maar beter vlees dus, maar dat is maar één aspect. Ook hoogwaardige plantaardige eiwitbronnen voor menselijke consumptie zitten in de lift en veel van die gewassen kunnen hier geproduceerd worden, terwijl ze vandaag nog worden ingevoerd. Denk bijvoorbeeld aan kemp ofwalnoten.

Meer eigen eiwitten zijn nodig

Organisaties zoals Wervel vzw en de Nederlandse Akkerbouwvakbond (NAV) voeren al jaren een pleidooi voor een verhoogde productie van eigen eiwitten in de EU. Milieu- en ontwikkelingsorganisaties eveneens, en recenter zijn ook grotere spelers zoals boerenkoepelorganisatie COPA-COGECA en allerhande wetenschappers, tot en met EU-parlementariërs, mee overtuigd geraakt van de nodige verhoging van het areaal eiwitteelten in Europa (zie ook “Europese eiwitproductie afwezig in GLB-voorstel Ciolos”). Naast de (hoge) sojaprijs zijn er nog andere goede redenen voor: betere bodem, meer biodiversiteit, minder mestoverschot en minder broeikasgasuitstoot. Door het historisch bannen van eiwitteelten uit de teeltrotatie explodeerde de grondloze veehouderij, vooral rond de zeehavens in heel Europa. Maar dat veehouderijsysteem ligt nu, door de grote sociale en milieukost, maatschappelijk steeds meer onder vuur.

Meer eigen eiwitten zijn mogelijk

Volgens een studie van de Zeeuwse akkerbouw maakten eiwitgewassen in de periode 1600-1910 ongeveer 15 procent uit van het landbouwareaal uit. Maar een recenter precedent wordt vaak aangehaald om te bewijzen dat alleen wat politieke wil nodig is om het areaal eiwitgewassen op korte termijn te laten groeien. Midden jaren ’70 beleefde de wereld een eiwitcrisis, versterkt door een exportstop van de VS. De EU besloot toen de eigen eiwitvoorziening te stimuleren met een premie voor de verwerkende industrie bij gebruik van Europees eiwit. Het areaal veldbonen en voererwten in Nederland groeide op kort termijn tot ruim 40.000 hectare. Er kwamen in snel tempo betere rassen omdat kwekers de teelt weer interessant vonden. Nadien besliste de handelspolitiek er anders over - de multinationals kregen hun zin - en het areaal decimeerde weer. Niets mag politici ervan weerhouden daadkracht te tonen, zeker niet als ook de VS de eigen eiwitproductie zwaar ondersteunt. Invoerheffingen op EU-vreemde eiwitten of subsidies à la VS zijn mogelijke beleidsinstrumenten. Een aanpassing van het Blair House Agreement uit de WTO-onderhandelingen van 1992, dat de productie van olie- en eiwithoudende gewassen in Europa begrenst, is hierin een zeer belangrijke stap.

Welke eigen eiwitten?

Er kan op veel manieren plantaardig eiwit worden geteeld in Europa, zowel voor dierlijke als voor menselijke consumptie. Plantaardige eiwitbronnen zijn afkomstig van granen, peulvruchten, noten en zaden. In Europa zijn erwt, veldboon, zoete lupine en koolzaad de belangrijkste eiwitgewassen.

Geen kunstmest nodig

Onder de vlinderbloemigen rekenen we erwten, veldbonen, sojabonen, kikkererwten, luzerne, linzen en lupinen. Het voordeel is dat zij zichzelf van stikstof kunnen voorzien omdat ze in samenwerking met bodembacteriën gemakkelijk de stikstof uit de lucht kunnen binden. Op die manier wordt op kunstmest bespaard en dus ook op fossiele brandstoffen die nodig zijn om die te maken. In Nederland experimenteren projecten als de “Vegetarische Slager” met lupine om er een designfood met uitstekende voedingswaarde van te maken. Daarom is lupine een uitstekend en realistisch voorbeeld. Op een gemengd bedrijf laat zoete lupine meer flexibiliteit toe in de bedrijfsvoering. Afhankelijk van de kostprijzen van extern krachtvoeder kan de producent beslissen om de lupine als veevoeder in te zetten of te verkopen aan een verwerker voor directe menselijke consumptie. De teelt van luzerne verhoogt de biodiversiteit (onder andere het bodemleven) van het landbouwsysteem sterk, onder andere omdat de teelt meerjarig is. Als diepwortelend gewas is het ook goed combineerbaar met bomen (in agroforestry - zie verder).

Multifunctionele gewassen en teeltsystemen

Bij de niet-vlinderbloemigen vinden we oa. koolzaad, vlasdotter (Camelina sativa), amarant, kemp, lijnzaad, zonnebloemen, walnoten,... Koolzaad kan perfect lokaal koud geperst worden op het bedrijf,  waarbij de perskoek sojaschroot vervangt en de pure plantaardige olie als goedkope biobrandstof kan dienen. Kemp is dan weer interessant omdat het geen plantenziekten kent en de teelt dus makkelijk zonder biociden lukt. Het gewas verhoogt ook actief de biodiversiteit en kent enorm veel toepassingen: als duurzaam bouwmateriaal, isolatiemateriaal, voeder, voeding, kledij,...
Vaak is het nog interessanter om teelten te mengen. Dat spreidt het risico, verlaagt ziektedruk en geeft stabielere opbrengsten. Bovendien wordt het ecosysteem efficiënter benut. Voorbeelden van de meer gekende mengteelten (polyculturen) zijn gras-klaver, erwten-gerst en tarwe-veldbonen. Maar ook andere combinaties zijn veelbelovend: amarant-maïs, kemp-maïs, vlasdotter-gerst, lupine-saffloer,... Verder gaand op het pad van agro-ecologische intensivering (meer produceren met minder inputs) kan men een derde dimensie toevoegen in het landbouwsysteem: bomen. Dan spreekt men van agroforestry-systemen: akkergewassen of grasland combineren met bomen op hetzelfde perceel. Zo kunnen bvb. notelaren in rijen gezet worden (in een dichtheid van 50 bomen per hectare) met daartussen gewassen. De vruchten (walnoten) zijn zeer gezond, maar ook de boom zelf laat zich perfect inpassen in een landbouwsysteem: de bladzetting gebeurt zeer laat en de bladval komt dan weer zeer vroeg, waardoor er minder concurrentie is voor licht. Bovendien wortelen notelaren vanzelf zeer diep, waardoor ook wortelconcurrentie vermeden wordt. Wanneer notelaren gecombineerd worden met tarweteelt is het eiwitgehalte van de tarwe ook veel hoger. Dergelijke synergieën verhogen de totale productie en verlagen de kosten van uitbating.

Besluit: De huidige eiwitvoorziening is problematisch. Een transitie naar duurzame eigen eiwitwinning is noodzakelijk. Deze omvat enerzijds de switch van dierlijke naar meer plantaardige eiwitten voor menselijke voeding, maar evenzeer de verhoging van het areaal voedereiwitten in de EU.

Jeroen Watté Bron: http://www.wervel.be/eiwittransitie



Hieronder een filmpje over het probleem in Zuid-Amerika: 


zaterdag 6 oktober 2012

We hebben bijen meer nodig dan ggo's!




Wat wij kiezen, wat wij doen, is belangrijk voor ons leven en het leven om ons heen.

Daarom wil ik jullie graag vragen de tijd te nemen om even na te denken. 

Wanneer we de tijd nemen na te denken over onze keuzes zullen we onszelf beter leren kennen.
Bovendien zal je merken dat we de kans hebben om iets te veranderen al is het nog maar voor onszelf.

Nu kunnen we de eerste tekenen van klimaatverandering reeds ervaren in ons dagelijks leven.

We horen van bijensterfte, overstromingen, droogte, bosbranden, de gevaren van kernenergie, het mogelijke gevaar van genetisch gemanipuleerde gewassen...

Welke rol willen wij spelen in dit alles? Weet jij graag wat je eet, welke toekomst kies jij?


Op dit moment is er een probleem met de bijen, ze sterven massaal uit.

Of de oorzaak bij ons verkeersnet ligt, of bij het gebruik van pesticiden, het gebruik van neonicotinen en zaden die voorbehandeld zijn met insectiden zodat de nectar vanzelf giftig is voor insecten, of het bij ggo's ligt of er ook nog andere dingen meespelen, dat is volgens mij van ondergeschikt belang.

Wanneer we aan het voortbestaan van de bijen kunnen bijdragen moeten we onze negatieve impact zo veel mogelijk beperken, denk ik.


Ik nodig jullie uit hier aan mee te werken, te kiezen voor biologische producten, zelf geen gebruik te maken van zaden van Bayer of producten van Bayer of Monsanto, en je kan zelf misschien ook ideeën hebben wat jij kan doen.


Ook is er een petitie die we kunnen tekenen: http://www.ogm-abeille.org/?lang=en


Meer info: http://www.biomijnnatuur.be/

http://nl.wikipedia.org/wiki/Honingbij#Evolutie

OGM : l’abeille dans la tourmente


PAR ANNE FURET (UNAF) & ERIC MEUNIER (INF’OGM)
mercredi 30 novembre 2011
Interdiction de commercialisation du miel contenant du pollen de maïs GM, rachat par Monsanto de la société Beelogics, débat au HCB sur la coexistence, difficile notamment du fait des abeilles : trois éléments récents mettent à la une de l’actualité les liens entre OGM et apiculture.
L’utilisation des OGM est, dans 99% des cas, associée à l’usage d’un pesticide et à un modèle d’agriculture non favorable au bien-être de l’abeille. En effet, actuellement, la grande majorité des plantes génétiquement modifiées (PGM) cultivées sont modifiées pour tolérer un herbicide (exemple du soja RR en Amérique du Sud). L’apparition de ces plantes a facilité les pratiques culturales des agriculteurs en simplifiant le désherbage : le Round up (glyphosate) est devenu le seul herbicide épandu, même après germination, détruisant la flore locale et participant au développement de zones de monocultures, qui réduisent la diversité des sources de nectar et de pollen pour les abeilles. Selon Lucas Martinez, président de la Fédération des apiculteurs argentins, certains apiculteurs auraient été contraints de déplacer leurs ruches à plus de 400 km des cultures de soja.

Les OGM, nocifs ? Une absence criante de données...

Par ailleurs, quels sont les impacts des PGM insecticides (appelées couramment Plantes Bt) sur les colonies d’abeilles ? Les études citées ci-dessous ne sont qu’une partie des sources, mais elles montrent que beaucoup de questions restent aujourd’hui sans réponse, et les analyses conduites avant autorisation commerciale des PGM ne permettent pas d’écarter l’existence de certains risques.
Pour certains scientifiques, les analyses conduites à l’heure actuelle sont incomplètes ou adoptent une approche erronée. L’avis de 2009 du Comité Ethique, Economique et Social (CEES) du Haut Conseil des Biotechnologies (HCB) sur le maïs Mon810, produisant un insecticide contre la pyrale, est assez parlant quant aux études d’impacts sur les abeilles. Il souligne en effet« l’absence de données relatives aux éventuels effets sub-létaux du maïs Mon810 sur les abeilles et les animaux d’élevage puisque les études en laboratoire et en champs ne disent rien de ces effets très difficiles à mesurer, surtout en conditions naturelles ». Il note que « le Comité scientifique du HCB, tout en énonçant qu’aucun effet sur les abeilles n’a pu être démontré à ce jour, observe aussi le peu d’études relatives aux effets sub-létaux du Mon810 sur des abeilles (études qui devraient être réalisées sur des ruches en conditions normales d’exploitation) » [1]. Mais ces lacunes, si importantes soient-elles, ne sont pas les seules critiques à adresser aux études d’impacts.
Certains scientifiques, à l’image de Lilian Ceballos, écologue indépendant, soulignent que les analyses de toxicologie sont effectuées avec des protéines Bt non issues de plantes GM exprimant ces protéines. En d’autres termes, les analyses ne sont pas faites avec les protéines Bt auxquelles les abeilles seront confrontées [2].

Il est également à noter que les abeilles d’hiver ou d’été n’ont pas le même comportement. Le pollen de maïs, ramené dans la colonie en été, sera consommé par les larves qui donneront les abeilles d’hiver. Dans son article, l’équipe du Pr. Crailsheim montrait en 1993 que ces abeilles métabolisent le pollen différemment des abeilles d’été [3]. Et comme les effets des PGM ne sont pas testés sur les abeilles d’hiver, on comprend que soulever la question des impacts ne pourra obtenir de réponse.

... mais des signes de perturbation de comportement

Un effet sur le comportement a d’ores et déjà été observé par l’équipe du Pr. Ramirez-Romero qui a décrit une diminution des activités de butinage après exposition au maïs Mon810 [4]. Le Pr. Picard-Nicou a montré également, il y a quinze ans, que les abeilles domestiques pouvaient être désorientées par des changements de la qualité des protéines dans les colzas transgéniques [5]. Pour Lilian Ceballos, ce travail « montre que des modifications non intentionnelles peuvent provenir de la relative imprécision de la modification génétique et que ces modifications non intentionnelles peuvent jouer un rôle biologique majeur».


Ces possibles effets sur les abeilles ont également été évoqués lors de l’observation de ce qui est appelé le syndrome d’effondrement des colonies d’abeilles depuis le début des années 2000. Mais il n’existe à ce jour aucune étude scientifique faisant un lien direct entre ce syndrome et les cultures de PGM. Cela ne signifie pas pour autant que l’hypothèse soit invalidée. Des scientifiques se sont intéressés à la question mais n’ont pu mener leur travail au bout, par manque de financement. Le Pr. Kaatz, de l’Université de Halle (Allemagne), responsable de l’étude, explique que « ceux disposant de l’argent ne sont pas intéressés par cette sorte de recherche et ceux intéressés n’ont pas l’argent » [6]. 


lire plus: source: http://www.ogm-abeille.org/spip.php?article6&lang=fr 



http://www.ogm-abeille.org/spip.php?article10

Quel est le lien entre les OGM et les pesticides ?

Les OGM sont, à 99,9% [1]. :
des plantes qui produisent une toxine insecticide dont ils sont gorgés, ou bien
des plantes qui résistent en le stockant dans ses tissus, à un herbicide.
Donc, plus d’OGM, c’est plus de pesticides !